
In de nieuwsbrief van het vakblad Wijn en Wijngaard stond recent een informatief artikel over het uitdunnen van scheuten in de druivenstruik. Het is geschreven door Piet van Rijsbergen, die eerder het boek Zachte snoei uitbracht. Daar is nu een tweede druk van verschenen, aangevuld met 40 pagina's praktijkvoorbeelden.
Onderaan het artikel meer info over het boek.
Het dunnen van scheuten gebeurt meestal in mei. Vaak zitten er te veel op de bogen en de stiften. Bij Guyot-snoei verwijder je meestal de scheutjes die aan de onderkant groeien, tenminste als er genoeg op de ligger staan.
Bij de zachte cordonsnoei heb je ook veel kroonogen die uitlopen, zie de foto. Breek de scheutjes niet te laat weg, liefst voordat ze ca. 10 cm lang zijn. Dan kan je goed onderscheid maken tussen wat weg moet en wat mag blijven.
Scheuten die te lang zijn blijven staan, kan je beter met een oogstschaartje wegknippen om te grote wonden te vermijden. Bij dubbelscheuten is het ook opletten geblazen. Soms zijn deze twee redelijk gelijkwaardig en staan ze samen in een soort bedding. De secundaire wegbreken, geeft dan een soort kuiltje naast de primaire scheut waardoor die bij harde wind instabiel kan worden en misschien afbreekt.
Het tijdig dunnen van de scheuten geeft meer lucht en licht in de loofwand. Dat lijkt nu nog niet zo nodig maar over een maand of twee is het één dichte muur van blad als je niet gedund hebt. Dit is uiteraard ras afhankelijk, sommige rassen groeien nu eenmaal vrij rustig, johanniter is daar een mooi voorbeeld van.
Scheuten die op de stam verschijnen breken we ook weg, behalve als je wilt ombouwen naar de zachte snoei bij Guyot. Dan kan je deze scheuten goed gebruiken voor het creëren van nieuwe uitgangen om de oude kop op den duur overbodig te maken. Die heeft inmiddels zoveel snoeiwonden dat er soms voor de sapstroom geen doorkomen meer aan is.
Binnenkort verschijnt de tweede druk van het boek Zachte Snoei, aangevuld met 40 pagina’s praktijkvoorbeelden waarin dit allemaal illustratief beschreven wordt.
Auteur: Piet van Rijsingen, ISBN 978-908039196-3, A4 hardcover, 148 pagina’s, mei 2024.
