Ingrediënten


20 liter vers appelsap of pakken zonder conserveermiddelen (bijvoorbeeld bij de Lidl)
gram citroenzuur
gram suiker
2,5 gram gistvoeding 4 gram pecto-enzym
2 zakjes van 250 gram ongezwayelde rozijnen (Aldi Duitsland)
2 gram sulfiet
1 zakje Braumeister Liebfraumilch gist 1 setje Kieselsol/Gelatine voor klaring

Werkwijze

We meten van het appelsap eerst de zuurgraad door titratie met blauwloog en dan de densiteit. We vullen op ons werkblad in:
Nummer 1 (onze zogenaamde "eerste" wijn)
Soort vrucht: appelsap
Gemeten zuurgraad: wat is de uitkomst van de titratie? (A)
Gemeten densiteit: wat hebben we afgelezen op de densimeter?
Hoeveelheid sap: 20 liter
Welke pH? We gebruiken ons pH-papier.

Dan komt de suikerbepaling. We kijken in de tabel welke hoeveelheid suiker hoort bij de afgelezen densiteit en vullen dat in bij (C ). Aan de hand van de gemeten zuurgraad passen we de aftrek toe volgens de tabel (bij een zuur lager dan 6, 20 gram suiker minder; bij een zuurgraad van 6 tot 7, 25 gram suiker minder etc) en vullen dat in bij (D).

Dan zuur berekenen.

Aanwezig zuur is (B) (20 liter) maal de gemeten zuurgraad (A) en dat vullen we in bij (E) Ons gewenste zuur is 7. Omdat we werken met appelsap, en we rozijnen toevoegen, corrigeren we ditmaal niet voor de zuurgraad. Rozijnen bevatten, omdat ze gedroogd zijn, per kilo vrij veel zuur (12 gram), en ook vrij veel suiker (60%). Maar we trekken we ons ook van de suiker in de rozijnen niets aan.

Dan suiker berekenen.

Gewenste alcohol= 12 + 1= 13 ) (H) vol % alcohol.

Benodigde suiker = 13 (H) maal 17 maa120 (B) = 4.420 gram (I) Aanwezige suiker = 11 (B) maal (D) = gram (J)

Toe te voegen suiker = (I) min (J) = (K) gram suiker

Volumevermeerdering door suiker wordt (K) maa10,3 = liter (L).
We hebben dan in totaal liter sap.
Geen water toe te voegen Gistvoeding: 12 gram 
Pecto-enzym 4 gram 
Sulfiet 2 gram

Dan een emmer of vaatje of fles van 25 liter nemen, waar we een waterslot op kunnen bevestigen. Suiker en andere toevoegingen oplossen in een liter sap en in de fles doen. De rest van het sap tot 20 graden verwarmen en toevoegen, goed roeren. Rozijnen erbij en weer goed roeren. De gist er over strooien. Waterslot er op. Bij 20 graden laten vergisten.

Na enige tijd (afhankelijk van temperatuur etc) wordt de activiteit in het waterslot minder. Wanneer we nog maar af en toe een blubje horen, is de gisting afgelopen. Dan gaan we goed kijken. Soms is te zien dat onze wijn dan al begint helder te worden. Dan gaan we voor de eerste keer overhevelen. We zetten onze wijn de dag van te voren hoog. Als we gaan overhevelen, halen we een beetje wijn uit de fles, mengen daar 1 gram sulfiet onder, en gieten dat in een nieuwe fles (10 liter ditmaal). Dan gebruiken we de hevelslang. We zorgen er voor dat we een beetje van de bodem wegblijven, want daar heeft zich allerlei bezinksel verzameld, en dat willen we kwijtraken. De rozijnen filteren we uit onze wijn. Als we een emmer hebben gebruikt, is het makkelijk om ze er even uit te zeven. Op het eind wordt het een beetje spannend, want we proberen uiteraard zoveel mogelijk wijn en zo weinig mogelijk troebels te verzamelen. Straks gaan we nog twee keer overhevelen, dus een beetje troebel meenemen is helemaal niet erg. Bovendien hebben we een beetje meer dan 20 liter als we geluk hebben, en dan is het gevaar van meenemen van troebels een stuk kleiner. Toch vangen we dat restantje op een fles en een jampotje of dergelijke, als het maar goed afgesloten kan worden. Dan zetten we onze wijn onder waterslot koel weg (en hoog). Twee weken later gaan we weer overhevelen. Weer een beetje wijn uitnemen, 2 gram sulfiet mengen, in een nieuwe 20-¬literfles doen, overhevelen, en dan komt het restantje goed van pas. Dat is inmiddels ook weer mooi uitgeklaard, en kan dienen om onze fles tot aan de hals te vullen. Drie weken later weer overhevelen. Is onze wijn op dat moment nog niet kraakhelder, dan mengen we volgens voorschrift kieselsol en gelatine onder de wijn zodra we hem overgeheveld hebben. (Vergeet het reserveflesje niet). Een paar dagen later hebben de klaringsmiddelen hun werk gedaan, en kunnen we de wijn definitief overhevelen (weer 2 gram sulfiet oplossen) in de rijpingsfles. We zetten die onder waterslot koel weg.

Na drie maanden mengen we een halve gram sulfiet met een beetje wijn in een nieuwe fles, hevelen de wijn daarop over, en bottelen direct daarna. Op een nader af te spreken nakomdag nemen we allemaal een flesje van onze eigen appelwijn mee, om eens te kunnen vergelijken wat we ervan terecht gebracht hebben.

De durfals onder ons hebben dan al lang een nieuw recept uitgeprobeerd, zoals appelsap met een halve kilo ongezwavelde abrikozen, perziken, of andere vruchten…