Ingrediënten

Voor 10 liter
2 kg gedroogde vijgen of 6 kg verse vijgen
1 kg rozijnen 
2 kg suiker
gist
pecto-enzym 10 g
gistvoeding 10 g
tannine 3 g
wijnsteenzuur tot 6 g/1

Werkwijze

Maak pulp van de vijgen en rozijnen en doe die in een emmer. Giet er 4 liter kokend water bij waarin ½ kg is opgelost.

Als de temperatuur ongeveer ongeveer 20º C is voegt u toe: pecto-enzym, gistvoeding en gist. Sluit de emmer goed af met een deksel of doek.
Als de gisting aan de gang is vormt zich een laag drijvende pulp. Roer deze elke dag voorzichtig door de most. Zet de emmer op een warme plaats. Als de gisting vermindert, b.v. na een week, giet dan de pulp door een doek. Vang de most op in een steriele fles en voeg de rest van de suiker toe in opgeloste toestand, waarbij u het totale volume op 10 liter brengt.
Meet door titratie de zuurgraad en breng deze op 6 gram per liter door toevoeging van wijnsteenzuur. Plaats een waterslot en zet de fles op een matig warme plaats, b.v. 19°C. Als het SG is gedaald tot b.v. 1005 en de gisting vertoont de neiging te stoppen, zet de fles dan op een koele plaats, b.v. 12 a 15oC. Nu zal er a l gauw een sediment worden gevormd, hevel de wijn er af in een steriele fles. Vul telkens het tekort aan volume op door toevoegen van water of appelsap.
Opmerking Suiker kunt u geheel of gedeeltelijk vervangen door honing, sap van peren kan water vervangen, al zal de wijn wel een ander karakter krijgen. Deze wijn is te drinken na ½ a 1 jaar. Na 1 a 2 jaar is de wijn nog beter.